Japan sloot zijn deuren. Voor de Nederlanders bleef er één opening.
In 1641, toen Japan zichzelf van de wereld afsloot, liet het een deur openstaan: een klein kunstmatig eiland in de Baai van Nagasaki genaamd Dejima. De komende 213 jaar waren de Nederlanders de enige westerse natie die handel mocht drijven met Japan. Niet om er te wonen. Niet om de brug over te steken. Alleen om te handelen, vanaf een eiland van 15.000 vierkante meter dat via een bewakte brug met het vasteland verbonden was.
Tijdens de Napoleontische Oorlogen, toen Frankrijk de Nederlanden bezette, werd Dejima de enige plek op aarde die nog de Nederlandse vlag voerde. De rest van het land was gevallen. Het eiland hield stand.
Via dat ene contactpunt ontstond de Rangaku-beweging, de Nederlandse wetenschap, waarbij Japanse geleerden westerse geneeskunde, sterrenkunde, wiskunde en kartografie bestudeerden, allemaal via de Nederlanders op Dejima. Twee landen, een brug, 200 jaar uitwisseling.
Een Nederlands bedrijf in Tokyo is vandaag de dag minder ongewoon dan het klinkt. We zijn slechts de nieuwste in een zeer lange rij.